Architectuur & Erfgoed - Walem

Kasteel van Battenbroek

Vlaanderen telt ongeveer 400 historische kastelen. Eén daarvan bevindt zich in Walem, namelijk het kasteel van Battenbroek. Vroeger vormde de beheersing van de rivieren Nete en Dijle een versterking op de landweg. Volgens literaire bronnen zou het Romeins legerkamp mogelijk één van de vier burchten (naast Nekkerspoel, Rumst en Ruisbroek) van de Berthouts, een oud riddergeslacht, geworden zijn in de 13de eeuw. Het omgracht domein met 13de- of 14de-eeuws poortgebouw en het kasteel liggen op een lage heuvel ten noorden aan de Grote Vijver.

Je kan de kettinggaten van de vroegere ophaalbrug nog zeer duidelijk zien. Het bepleisterd en beschilderd classicistisch landhuis met peristilium en neogotische kapel werden herhaaldelijk vernieuwd in het verleden. Het landhuis met kapel stamt uit het begin van de 20ste eeuw. De aanpassingen zouden gebeurd zijn naar ontwerp van E. Welch, met gerecupereerd materiaal van de Wereldtentoontstelling van 1958. Ten noordwesten van het kasteel van Battenbroek vind je de Polderhoeve terug. Deze hoeve bestaat uit een woning met stal en ten westen een schuur uit de vroege 19de eeuw.

Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw van Bijstand

Op een boogscheut van het Fort van Walem bevindt zicht de opvallende Onze-Lieve-Vrouw van Bijstand, gelegen op een lichte verhevenheid, omgeven door een kerkhof. De neogotisch georiënteerde kerk van de vroege 20ste eeuw en de bewaarde gotische toren springen meteen in het zicht als je de Koning Albertstraat zou afgaan.

De parochiekerk is het eerste bedehuis van Walem, wellicht een dochterkerk van Mechelen, dat volgens archivalia ingewijd werd in 1203 door Jean de Béthune, bisschop van Kamerijk. De huidige toren zou, ondanks veelvuldige aanpassingen, tot deze periode opklimmen, hoewel andere historici hem in de 14de eeuw situeren. Het bedehuis werd meermaals geteisterd. Zo heeft het een brand doorstaan en enkele mensbewuste vernielingen. In de vroege 20ste eeuw vond er een volledige vernieuwing in neogotische stijl plaats. De kerk werd afgebroken in 1911, waarbij enkel toren, koor en transept overeind bleven. Een nieuwe inwijding ging door in 1912. Enkele herstellingen vonden nog plaats na de zware oorlogsschade van de Eerste Wereldoorlog.

In 1952 zorgde een hevige blikseminslag voor een uitbranding waarbij het oorspronkelijke mobilair volledig verloren ging. Een laatste heropbouw halverwege de 20ste eeuw, met uitzondering van de toren die behouden bleef, gebeurde naar ontwerp van J. Willems. In deze periode werden ook de torenmuren versterkt.

Domein Roosendael

Op de voormalige abdijsite van Roosendael, in de Netevallei, valt er heel wat te bezichtigen. Cisterciënzerzusters stichtten hier een abdij in de 13de eeuw en maar liefst vijf eeuwen lang bloeide het kloosterleven er. Van die middeleeuwse vestiging blijft vandaag bovengronds nauwelijks iets over, behalve enkele muurresten.

In 1797 werden de religieuzen voorgoed verdreven. De abdij werd verkocht en grotendeels gesloopt. Het domein evolueerde de volgende eeuwen tot een riant buitengoed met magnifiek landschapspark. Omstreeks 1840 kreeg het classicistische kasteeltje 'Château de Roosendael' een plekje op het domein. Tijdens de Eerste Wereldoorlog onderging het kasteel een hevige brand. De restanten bleven als ruïne bewaard.

Kempens Landschap vzw restaureerde reeds enkele gebouwen, waaronder het zogenaamde ‘Pesthuis’ nabij de Neteoever. De naam 'Pesthuis' is wellicht gebaseerd op een misverstand. Het huisje stond op een afgelegen plek, waardoor men in de 20ste eeuw dacht dat het een infirmerie voor pestlijders was geweest. Een andere verklaring voor de naam is dat zich hier een bakkerij vestigde. Pistor betekent in het Latijn bakker. De omschrijving 'pistorij' komt elders inderdaad frequenter voor als synoniem voor bakkerij. Het wordt echter nergens bevestigd dat er zich daadwerkelijk een infirmerie of bakkerij huisde.

Bij een bezoek aan het domein zullen ook drie andere huisjes jouw aandacht niet ontgaan, namelijk het Koetshuis, Landhuis en Grachthuis. In deze drie huisjes kan je de nacht doorbrengen. Het Koetshuis werd gebouwd door een zekere abdis Agnes Haegens in de late 18de eeuw en is volledig gerestaureerd. Het Grachthuis is een volledig autonome zijvleugel van het Landhuis waar je kan verblijven met een groep tot acht personen. Het Koetshuis en Landhuis kunnen meer personen herbergen.

Bronnen: dorpsbewoners - mechelen.mapt.be - inventaris.onroerenderfgoed.be 
www.knooppunter.com - www.roosendael.be/geschiedenis

 

mechelen 360